DE 100STE DAG
Hoe de boer het Groninger land leest, een mondelinge geschiedenis
Al eeuwen wordt het Groninger land bewerkt. De harde zeeklei vormt een vruchtbare bodem voor gewassen. In nog geen honderd jaar is de landbouw veranderd van werk door mens- en paardenkracht naar een gemechaniseerd boerenbedrijf.
In en rondom de boerderij van Museum Borg Verhildersum wordt die landbouwgeschiedenis verteld. Het museum toont een uitgebreide collectie 19e-eeuwse landbouwwerktuigen waarmee tijdens het jaarlijkse oogstfestival nog wordt gewerkt op het landgoed. Ook de historische ploegen worden jaarlijks ingezet, getrokken door paarden.
Jan Medema en Jan Tuma (beiden 87) maakten als boer en landarbeider alle veranderingen mee. Beiden zijn al tientallen jaren betrokken bij het runnen van het boerenbedrijf op Verhildersum. De Groninger klei vloeit door hun aderen. Miljoenen zaden en gewassen als vlas, tarwe, klaver en karwij zijn door hun handen gegaan.
Wat vertelt het land hen over de veranderingen? Hoe kijken zij terug en vooruit?
De 100ste dag is het moment in het jaar dat het vlas gezaaid kan worden. Het staat voor het vertrouwen in de seizoenen, en de band die de boer heeft met het land.
Dit is een podcast in 3 delen.
1. De paardenperiode
Nog in het midden van de vorige eeuw werd alle werk door mens en paard gedaan. Zwaar werk, maar de mensen deden het samen. Met natuurlijke middelen, vertrouwen op de natuur en de kracht van de gewassen.
2. De eerste trekker
Langzaam verdween de stilte. De eerste trekkers werden na de Tweede Wereldoorlog met Marshall-hulp aangeschaft. Steeds meer machines reden over het land en de arbeiders trokken weg naar grote fabrieken elders, naar de bandenfabriek in Enschede of de hoogovens in Velsen.
3. Alleen op het land
Groot, groter, grootst. Steeds meer hectares, steeds meer dieren, steeds grotere machines. Ondanks de schaalvergroting kan de boer al het werk vrijwel in zijn eentje aan. Zijn boeren nog verbonden met de grond en de natuur?
Productie: Marjorie Noë/Diepduik Media